1. Grondslag

Onze school is een school met de Bijbel. In de Bijbel maakt God zich bekend. Hij leert daarin, wie Hij voor de mensen is en hoe zij naar Zijn geboden en vanuit Zijn genade mogen leven.

Jezus Christus heeft de geboden als volgt samengevat: Heb de Heere uw God lief met heel uw hart, ziel, kracht en verstand en houd net zoveel van uw naaste als van uzelf”. (naar Mattheüs 22:37-40)

Deze geboden kunnen wij alleen houden door het geloof in Jezus Christus, die voor ons de wet heeft volbracht.

2. Doelen

Op de Rank streven we een tweeledig doel na:

1. De kinderen wijzen op Jezus Christus

Binnen onze school brengen wij leerlingen in aanraking met het evangelie van Jezus Christus. Dit komt tot uitdrukking in de lessen en is te merken aan de manier waarop we met elkaar omgaan. Geloofsopvoeding is van grote waarde voor de kinderen op hun weg naar volwassenheid.

2. De kinderen de weg wijzen door de maatschappij

We willen de kinderen gedegen toerusten voor het maatschappelijk leven. Hierbij besteden we aandacht aan tal van onderwerpen: de verstandelijke ontwikkeling (rekenen, taal en lezen), de motorische ontwikkeling (lichamelijke vaardigheden), de sociale vaardigheden (omgang met elkaar), de emotionele ontwikkeling (gevoelsleven), nuttige maatschappelijke kennis (onder andere verkeer, omgang met informatica, EHBO), kennis en begrip van aardrijkskunde, geschiedenis en natuur, kennis van andere culturen, enzovoort. Naast alle onderwijzende bezigheden zijn we op school ook gericht bezig met opvoeden. Aan normen en waarden, geënt op de Bijbel, hechten we grote waarde. Dit heeft onder andere consequenties voor onze manier van presenteren en ons taalgebruik. We streven ernaar dat kinderen de school ervaren als een vertrouwde en veilige werk- en speelomgeving.

3. Hoe bereiken we het Godsdienstige doel?

Vanuit de opdracht van Jezus Christus: “Laat de kinderen tot Mij komen” (Markus 10: 14b), brengen we de leerlingen in aanraking met het evangelie. Dit is onder andere terug te vinden in de volgende activiteiten:

  • Het openen en sluiten van de schooldag met gebed;
  • Het zingen van psalmen, gezangen en geestelijke liederen;
  • Het leren en overhoren van psalmen;
  • Het vertellen van de Bijbelverhalen;
  • Het verwerken van de Bijbelverhalen;
  • Het vertellen van zendingsverhalen;
  • Het meenemen van zendingsgeld op maandag door de leerlingen;

− De school heeft een kind geadopteerd van de stichting Woord en Daad. De rest van het zendingsgeld gaat naar de GZB. Er wordt 2 keer per jaar een actie gehouden voor een liefdadigheidsinstelling.

  • Het vieren van de christelijke feestdagen;

− De groepen 1 en 2 vieren het kerstfeest met hun ouder(s)/verzorger(s) in de Rank. De overige groepen vieren het kerstfeest met hun ouder(s)/verzorger(s) in de kerk van Kerkwijk. Tijdens de vieringen wordt gezongen en gemusiceerd.
− Het paas- en pinksterfeest vieren we afwisselend gezamenlijk in de gemeenschapsruimte of in de eigen groep. Aan het hemelvaartsfeest besteden we in de eigen groep aandacht.
− De leerlingen van alle groepen gaan op de jaarlijkse bid- en dankdag met elkaar naar de kerk in Kerkwijk. Er wordt een dienst gehouden, die speciaal is afgestemd op de leerlingen.

  • Het verlaten van de school;

− De leerlingen van groep 8 krijgen een Bijbel mee.

  • Alle eerste kinderen uit een gezin krijgen in groep 1 een kijkbijbel aangeboden.
  • Bij het bidden geven we de kinderen gelegenheid hun eigen bijdrage te leveren.

− Ze mogen punten aandragen voor het gebed, waarna de leerkracht het gebed doet.
− Op verzoek van het kind en als de sfeer in de groep het toelaat mogen de kinderen zelf bidden of een bijdrage leveren tot het gebed.
− De kinderen mogen gebeden als “Het Onze Vader”

4. Hoe bereiken we het maatschappelijk
doel?

Hierbij spelen drie subdoelen een rol:

  • de onderwijskundige opdracht
  • de pedagogische opdracht
  • omgang met elkaar

A. Onderwijskundige opdracht

De overheid heeft een aantal kerndoelen vastgesteld die de scholen moeten kunnen behalen. Binnen onze school is vooral het lees- en spellingonderwijs een aandachtspunt. ‘De Rank’ wil een actieve school zijn met een uitnodigende houding voor ouders en leerlingen.

De leerlingen worden op school goed gevolgd en begeleid in hun ontwikkeling en we willen dat zij het plezierig vinden op onze school. We streven er naar de kinderen zoveel mogelijk binnen het leerstofjaarklassensysteem op te vangen. Binnen de groep zal dan zoveel mogelijk gedifferentieerd (in groepen) moeten worden.

Vroegtijdig signaleren van hiaten in dit leerproces, met daaropvolgend een juiste individuele hulpverlening, is een vereiste waar wij ons voor inzetten. ‘De Rank’ probeert een onderwijssituatie te scheppen die het mogelijk maakt een continue ontwikkelingsproces bij de kinderen te bewerkstelligen op alle aspecten van hun ontwikkeling. Deze aspecten betreffen de verstandelijke, sociaal emotionele, zintuiglijke, motorische en creatieve ontwikkeling. Ook kinderen die meerbegaafd zijn, krijgen onderwijs dat afgestemd is op hun onderwijsbehoeften.

B. Pedagogische opdracht

De school heeft primair de taak om kennis en vaardigheden over te dragen aan leerlingen. Daarnaast heeft zij een opvoedkundige taak. Die uit zich in aandacht voor normen en waarden die we vanuit de identiteit van de school belangrijk vinden. Dat betekent dat we van u verwachten dat u achter de school staat als er pedagogische maatregelen worden genomen om alles in goede banen te leiden.

Een sfeer waarin leerlingen, ouders en leerkrachten zich prettig en veilig voelen, vinden wij erg belangrijk. We proberen dat onder meer te bereiken met behulp van duidelijke regels en afspraken voor leerlingen en leerkrachten. We proberen een sfeer te scheppen, waarin ieder kind zich geaccepteerd voelt met zijn/haar uiterlijk, taal en culturele achtergrond. Wij vinden het onze taak om in een sfeer van vertrouwen, die zeer zorgvuldig moet worden opgebouwd, in de eerste plaats de kennis en de achtergrond die de kinderen zelf meebrengen in de klas te gebruiken om van elkaar te leren. Kinderen worden uitgedaagd zich een gefundeerde mening te vormen, waarin het standpunt van de ander als waardevol beschouwd moet worden. Het is belangrijk dat de kinderen zich prettig voelen op school.

Concreet krijgt dat ook gestalte in het beleggen van ouderavonden waarop een onderwerp in deze sfeer aan de orde wordt gesteld. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan geweld op school, invloed media, inhoud kinderboek, pesten op school (waar regelmatig aandacht aan wordt besteed).

C. Omgang met elkaar

Jezus Christus leert ons hoe wij met elkaar dienen om te gaan. In de omgang met elkaar proberen we aan de volgende begrippen invulling te geven:

  • Liefde:

We benaderen elkaar altijd met liefde.

  • Geduld:

We hebben geduld met elkaar en met elkaars beperkingen.

  • Geborgenheid:

Leerlingen ontwikkelen zich het beste in een situatie van geborgenheid en veiligheid. Wederzijds vertrouwen is erg belangrijk. We houden rekening met hun unieke geaardheid.

  • Gezag:

Van iedereen die deel uitmaakt van onze schoolgemeenschap wordt verwacht dat hij/zij zich houdt aan de op school geldende regels. Daarbij stelt men zich dienend op.

  • Zorgvuldigheid:

We stellen dezelfde eisen aan onszelf als aan de leerlingen en proberen zo consequent mogelijk te zijn. We zijn bereid onze handelswijze te motiveren en eventueel te herzien.

  • Zorg:

Wij dragen zorg voor alle leerlingen, in het bijzonder voor leerlingen die extra zorg nodig hebben. Er zijn speciale leerkrachten en leermiddelen beschikbaar om hen te begeleiden.

  • Kwaliteit:

Het christelijk onderwijs dient te voldoen aan de eisen die wettelijk zijn vastgelegd.

  • Naastenliefde:

Wij leven in een multiculturele samenleving. Wij behoren elkaar te respecteren en lief te hebben.

  • Houding:

Wij belijden dat we geloven in Jezus Christus, Die voor onze zonden is gestorven. Vanuit dat geloof gaan we met elkaar om (Efeze 4: 32). We zijn ons ervan bewust dat wij onze identiteit alleen kunnen waarmaken als wij Christus navolgen.